Dutch Notes
Learn Dutch with Persian pronunciation
Simple Dutch lessons with English meaning and Persian pronunciation.
Les 1: Jezelf voorstellen
Les 2: Mag ik me voorstellen?
Les 3: Familie
Les 5: Herhaling - voornaamwoorden, werkwoorden en woorden
Les 6: Dagen, maanden en tijd
Les 7: Vragen maken en herhaling
Les 8: Hoe laat is het?
Les 9: Van wie is het?
Les 10: Van wie is het? Meervoud en herhaling
Les 11: Vervoer
Les 12: De weg vragen en wijzen
Les 13: Ontkenning - niet of geen?
Les 14: Kleuren en kleding
Les 15: Deze, die, dit en dat
Les 16: Lichaamsdelen
Les 17: Bij de dokter
Les 18: Modale werkwoorden en advies geven
Les 19: In en om het huis
Les 20: Voorzetsels en plaats
Les 21: Dingen vergelijken
Les 22: Nederlands eten en restaurant
Les 23: Voltooide tijd
Les 24: Tafelmanieren en onregelmatige werkwoorden
Les 25: Feestdagen en Koningsdag
Les 26: Seizoenen, weer en aan het...
Les 27: Voltooide tijd - onregelmatig
Les 28: Nederland en Amsterdam
Les 29: Gebiedende wijs en instructies
Les 30: Nederlandse gerechten en iets kopen
Les 31: Herhaling en proeftest